Over

Over Vreewijk, WO II en de orgelzolders

Geschiedenis


De geschiedenis
Het monument Beukendaal te Rotterdam is opgericht ter nagedachtenis aan de drie verzetsmannen die op de Beukendaal in het tuindorp Vreewijk in Rotterdam-Zuid op 18 september 1944 door de bezetter zijn doodgeschoten. Een vierde man raakte gewond. De vier waren illegale werkers die van plan waren om een overval te plegen op een distributiekantoor. Ze moeten verraden zijn, want ze werden door de bezetter opgewacht.

Vele jaren is er onzekerheid geweest over de vraag wat er precies was gebeurd en wie de slachtoffers waren. In 1985 kwam een groep buurtbewoners erachter dat de drie doodgeschoten mannen de 22-jarige Gerrit Kwadijk, de 24-jarige Cornelis Pieter den Hollander en de 24-jarige Arie van Duin waren geweest. De gewonde man Jaap Lussenburg is indertijd door een van de buurtbewoners in een kelder verstopt en heeft de oorlog overleefd.

Over de noodzaak tot verzet is een boekje geschreven in opdracht van Stichting 4mei Comité Vreewijk. Via onderstaande knop kunt u citaten uit dit boekje lezen. 

Oprichting
Het gedenkteken is vervaardigd in opdracht van het Rotterdamse Comité Oprichting Gedenkteken. Dit comité, dat op 22 mei 1945 is opgericht, heeft op verscheidene plaatsen in de stad waar verzetsmensen zijn omgekomen, identieke kruisen geplaatst.

Onthulling
Het monument is onthuld in 1946.

Locatie
Het monument was oorspronkelijk geplaatst op de hoek Beukendaal/Kortewelle in Rotterdam. Nu staat het monument op de hoek Beukendaal/Bongert.

Bron
Van De Zweth tot Zadkine - Monumenten in Rotterdam die herinneren aan de jaren 1940-1945 van Aad Wagenaar (Rotterdam, Centrum Beeldende Kunst, 1991). 
ISBN 90-5196-045-X.
Noodzaak tot verzet

De Breepleinkerk en de orgelzolders

Na onze herdenking op 4 mei is een ieder, die hierbij aanwezig was, welkom om even mee te gaan naar de Breepleinkerk. Daar kunt u op uw gemak even een kopje koffie of thee nuttigen. Tevens bieden we u een klein, maar zorgvuldig samengesteld, programma met muziek, gedichten en een korte speech aan. Even samenzijn . Even verder stilstaan. 

Waarom de Breepleinkerk?
 
In de Tweede Wereldoorlog had de Breepleinkerk in Rotterdam-Zuid een groot geheim: op de twee zolders boven het orgel zat een drietal Joodse gezinnen ondergedoken. 
Wat begon als een tijdelijk onderkomen voor zes weken, werd een onderduik van 34 maanden. 
Het verhaal van de Breepleinkerk is een verhaal van moed, hoop en vertrouwen, een verhaal vol wonderen… zo werd er een kerngezonde baby geboren en tijdens een razzia, drie weken voor de bevrijding, werden de onderduikers niet gevonden.

Benieuwd naar het verhaal? Lees het boek De Orgelzolders. Onderduikers in de Rotterdamse Breepleinkerk, geschreven door Anja Matser.

Via onderstaande knop komt u uit op de YouTube pagina met:
Een gefilmd portret (14 juni 2020) van de man die tot op hoge leeftijd rondleidingen verzorgde in de Rotterdamse Breepleinkerk; Henk den Haan (86). 
De oud rector van de scholengemeenschap Angelus Merula in Spijkenisse wist, samen met Anja Matser, schrijfster van het boek ‘de Orgelzolders’, burgemeester Aboutaleb naar de kerk aan de voet van de voetbaltempel de Kuip te halen om hem het verhaal niet alleen te vertellen maar ook te laten beleven. 
Henk ontving in 2019 de Erasmusspeld uit handen van burgemeester Aboutaleb voor het optekenen van zijn verhaal.

Beleef nu ook zelf de bijzondere geschiedenis van drie Joodse gezinnen die 34 maanden op een koude zolder doorbrachten en de genocide op Joden in de 2e Wereldoorlog wisten te overleven dankzij hulp van een moedige koster, een heldhaftige Surinaamse oogarts en een dappere verzetsvrouw. 

Joop van der Hor stelde de vragen, Henk den Haan gaf de antwoorden en Roel van Deursen maakte er een prachtige documentaire van die op de nationale televisie niet zou misstaan. (klik op foto) Dank aan Ieneke van der Kooy voor fotowerk en rondleiding.

Het boek ‘De Orgelzolders’ (Uitgeverij Rotterdam) is te koop bij o.a. boekhandel Snoek aan de Meent 126 te Rotterdam.
Interview

WO II


In 1933 kwam in Duitsland Adolf Hitler aan de macht. Hij was de leider van de NSDAP, die jodenhaat propageerde. De partij profiteerde van de rancune van veel Duitsers over de vernederende manier waarop Duitsland behandeld was na de Eerste Wereldoorlog. Hitler wilde van Duitsland het machtigste land van Europa maken. Eerst richtte hij zijn aanvallen op Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en Polen, vervolgens wilde hij Duitslands grote tegenstander in West-Europa uitschakelen: Frankrijk. In de aanval op Frankrijk zouden ook Nederland en België worden bezet.

Op vrijdagochtend 10 mei 1940 werden veel Nederlanders wakker van het gebrom van vliegtuigen, ontploffende bommen en het geratel van tanks. Duitse soldaten waren de grens over getrokken. De oorlog was begonnen. Het Nederlandse leger was veel te zwak om de Duitse aanval te kunnen afslaan. Nadat de Duitsers het centrum van Rotterdam hadden gebombardeerd, en dreigden andere steden dezelfde behandeling te geven, besloot de Nederlandse legerleiding te capituleren. De regering en de koningin waren toen al uitgeweken naar Engeland.

Aanvankelijk leek de bezetting mee te vallen, maar al snel werd duidelijk wat onvrijheid betekende. Nederlandse mannen werden gedwongen in Duitse fabrieken te werken. Ook werden mensen zonder vorm van proces opgesloten in gevangenissen en concentratiekampen. Vooral joden werden vervolgd. De Duitse bezetter transporteerde meer dan 100.000 joodse mannen, vrouwen en kinderen in goederentreinen vanuit Nederland naar concentratiekampen, waar de meesten werden vermoord.

De Duitsers werden bijgestaan door leden van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) die een vergelijkbare ideologie hadden, en door meelopers en profiteurs. Aan de andere kant stond het verzet, dat vooral tegen het einde van de oorlog veel aanhang kreeg. Het grootste deel van de bevolking was anti-Duits maar passief.

In het najaar van 1944 werd het zuiden van het land bevrijd door geallieerde militairen. Het gebied boven de grote rivieren (met name de steden in de westelijke provincies) kreeg eerst nog te maken met de hongerwinter. Door extreem voedselgebrek verzwakte de bevolking en kwamen enkele tienduizenden mensen om. In mei 1945 tekende de Duitse commandant de overgave en was heel Nederland bevrijd. Op dat moment was Nederlands-Indië nog in handen van de Japanse bezettingsmacht. Japan capituleerde op 15 augustus 1945.

Bron: entoen.nu

Waarom herdenken


Opdat nooit vergeten wordt!

Wie herdenken we?


Op 4 mei herdenken we tijdens de Nationale Herdenking verschillende groepen slachtoffers. 

De basis voor de herdenking op 4 mei vormen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen naast militairen voor het eerst ook grote aantallen burgers om. Zowel in Europa als in Zuidoost-Azië zijn velen omgekomen, omdat zij in verzet kwamen of als gevolg van oorlogsgeweld of uitputting. Vrijwel de meeste slachtoffers vielen echter door doelbewuste en systematische vervolging en moord. Onder hen waren Joden, Sinti en Roma en andere groepen die de nazi’s als minderwaardig beschouwden. 

Sinds 1961 herdenken we ook de Nederlanders die zijn omgekomen toen ze van overheidswege uitgezonden waren in het buitenland. Zij zijn slachtoffer geworden tijdens een conflict of oorlogsgeweld waarbij de Staat der Nederlanden betrokken was. 

In het memorandum voor de herdenking is vastgelegd wie we precies herdenken op 4 mei:

"Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties."

bron 4en5mei.nl

Jeugd


Het op een hedendaagse manier omgaan met het bewustzijn van wat er in de WO II is gebeurd, maar ook in de oorlogen waarin daarna zowel militaire als burgerslachtoffers zijn gevallen, is iets waar wij ons als Stichting mee bezig houden. 

Het heden vermengen met het verleden om het bewustzijn te vergroten, niet iets van toen te laten zijn, maar vooral iets van NU. 

Mocht u ideeën hebben over hoe dat ook kan, neemt u dan eens contact met ons op.  We zijn heel benieuwd naar uw suggesties.
CONTACT

Herdenken is ook vooruitzien


Interview met Netty Engelman, d.d. 8 oktober 2015

Antoinette Henriette Emelia (Netty) Engelman, geboren Van Herwaarden, werd op 6 juli 1924 in Rotterdam geboren als dochter van de kraanmachinist Jan van Herwaarden en zijn vrouw Louise Stephania Reek. Het echtpaar had drie kinderen; Netty was de middelste, haar broer Kees was ruim anderhalf jaar ouder. Ze had ook nog een (veel) jongere broer Jan, die in 1939 werd geboren. Netty groeide op in de Ebenhaëzerstraat, waar het echtpaar Van Herwaarden op de dag van hun trouwen op 15 februari 1922 op nummer 72B was gaan wonen.

Netty Engelman was sinds 1984 lid van het 4 mei comité Vreewijk, waarvoor zij werd  gevraagd door Heiltje de Vos-Krul en Aat Velvis, de oprichters van het comité. Netty voelt zich om twee redenen betrokken bij het monumentje aan de Beukendaal. Zij woonde decennialang in Tuindorp Vreewijk en was tijdens de oorlog zelf lid van een verzetsgroep. 
Netty was lid van het Zuider Volkshuis op de Brink in Tuindorp Vreewijk, waar zij eerst op een meisjesclub en later op een gemengde club zat. Het Volkshuis was geen instelling op politieke of religieuze grondslag. Het humanisme was de drijvende kracht, waarin directrice Lucy Havelaar een voorname rol speelde. 

Tijdens de oorlog werd zij benaderd door de huisschilder Johannes (Joop) Pronk. Joop Pronk was geboren in Delft en trouwde in 1928 met Geertje (Gerda) Boeijmeer. Het echtpaar ging wonen op Overijsselsestraat 92. In 1929 werd hun zoon Johannes jr. geboren. Joop en Gerda Pronk waren bevriend met de ouders van Rosa Serlier, die ook lid was van het Zuider Volkshuis. 

Joop Pronk benaderde Netty met de vraag of zij mensen kende met wie een verzetsgroepje
kon worden gesticht. Die kende Netty wel. Met ongeveer tien vrienden van het Zuider Volkshuis ging zij naar Joop Pronk in de Overijsselsestraat. Allen waren op dat moment ongeveer twintig jaar oud. Bijna wekelijks kwam de groep daar samen, besprak allerlei onderwerpen en luisterde naar Radio Oranje. Netty had de indruk dat Joop een communist was, maar heeft nooit ervaren dat hij hen probeerde te winnen voor zijn partij.
Bij de metselaar Jan Herman in ’t Veld op Kiefhoekstraat 29 hielp de groep met het drukken van ondergrondse krantjes als De Vrije Pers en De Waarheid, die zij daarna verspreidden. Soms brachten zij ook bonkaarten naar mensen die in contact stonden met onderduikers. De groep van het Zuider Volkshuis werd niet gedreven door een politieke overtuiging. Zij waren geen socialisten of communisten maar verzetten zich tegen de bezetters van hun land. Toen de joden werd verboden naar de bioscoop te gaan, gingen zij uit solidariteit ook niet meer, net zo min als met de tram. Ook die was verboden voor joden.

De groep bestond naast Netty van Herwaarden uit Rosa Serlier van Langegeer 236, Nel Motz van Riederstraat 27, Lou Reedijk van Dordtsestraatweg 667A, Jaap van Maurik van Oostendamstraat 32, zoon van een politieman, Joke van Bavel van Wolvepad 27, Jan Visser, de brandweerman Bok van Aalst, een In ’t Veld en Dinie de Jong-Kooistra. Haar man Lou de Jong was in Vught gefusilleerd. Lou Reedijk schreef in 1999 een boek over de razzia van 1944 en zijn ervaringen in Duitsland. De groep bestond uit nog twee mensen, van wie Netty de namen ontschoten zijn. 

Iedereen overleefde de oorlog, maar hoe het met die twee afliep, is onbekend. Na een avond bij Joop Pronk thuis waren zij na spertijd naar huis gelopen maar daar niet aangekomen. Nooit is meer iets van hen gehoord.
Hoewel er geen sabotagedaden werden gepleegd was het wel een spannende tijd voor Netty en haar vrienden. Eenmaal had zij het idee dat zij op straat werd gevolgd. Thuis heeft ze toen vliegensvlug de krantjes onder haar kleren vandaan gehaald. Haar moeder kreeg door wat er aan de hand was, werd ontzettend kwaad op haar en gooide de krantjes in de kachel. Met haar acties bracht zij volgens haar het hele gezin in gevaar. Eenmaal werd het stramien van krantjes drukken en verspreiden doorbroken toen zij samen met Rosa Serlier, de dochter van de timmerman Arie Serlier, Joop Pronk moest vergezellen naar Barendrecht, waar hij een pistool moest afleveren. Bij het passeren van een Duitse soldaat gaven zij Joop aan beide kanten een stevige arm, zeiden keurig ‘Guten
Abend’ en liepen de vijand voorbij zonder te worden aangehouden. Hieruit leidde Netty af, dat Joop Pronk waarschijnlijk ook bij een andere verzetsgroep was betrokken, waar minder ‘onschuldige’ acties werden gevoerd.
Na de oorlog viel de groep uit elkaar. Alleen met Nel Motz, dochter van de graanwerker Theo Motz, bleef Netty bevriend. In 1947 trouwde zij met Marinus (Rien) Engelman (1920- 2015). Het echtpaar Engelman kreeg vier kinderen: Ruut (1948), Ineke (1949), Marjolein (1960) en Marco (1964).

Na de trouwdag woonde het jonge paar in bij de moeder van Nel Motz in de Riederstraat. Vervolgens woonden zij op de Struitenweg, in de Grote Lindtstraat en tenslotte op Dreef 67 in Tuindorp Vreewijk.

Haar ervaringen tijdens de oorlog legden na de oorlog de basis voor Netty’s lidmaatschap
voor het 4 mei comité. In 2021 is Netty is helaas ontvallen.

VERDER LEZEN OVER VREEWIJK

Het bestuur van de Stichting 4mei Comité Vreewijk


In 2016 kreeg het 4 mei Comité Vreewijk de stichtingsvorm. Bestuursleden van de Stichting 4 mei Comité Vreewijk zijn:

• Lydia Kramer-Blansjaar (voorzitter & pt. secretaris)
• Wim Jansen (penningmeester)
• Folkert Clemens Bregonje (algemeen bestuurslid/ stolpersteine)
• Monique Verhoef-Wolst (social media & pt. secretaris)





Share by: